ECLI:NL:GHARL:2021:1143
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens ontbreken vordering rijbewijs ter inzage
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de betrokkene tegen een sanctiebeschikking opgelegd wegens het niet ter inzage geven van het rijbewijs op eerste vordering. De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard, maar het hof oordeelde dat de gedraging onvoldoende vaststond omdat niet was gebleken dat er een vordering was gedaan; er was slechts een verzoek geweest. Het openbaar ministerie had dit niet weersproken.
De zaak betrof een overtreding van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, waarbij de bestuurder verplicht is het rijbewijs op eerste vordering te tonen. Het hof verwees naar jurisprudentie en stelde vast dat de officier van justitie de sanctiebeschikking onvoldoende had gemotiveerd en dat de kantonrechter ten onrechte artikel 6:22 Awb Pro toepaste om het gebrek te passeren.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, bepaalde dat het door de betrokkene gestelde bedrag wordt gerestitueerd en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €1201,50. De procedure toonde ook dat het openbaar ministerie geen nadere toelichting had gevraagd aan de ambtenaar die de constatering deed.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens het niet ter inzage geven van het rijbewijs op eerste vordering wordt vernietigd en het gestelde bedrag gerestitueerd.