Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] ,
wonende in de gemeente [gemeente] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De advocatenmaatschap Adelmeijer Hoyng Advocaten vorderde bestuurdersaansprakelijkheid van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] wegens het onbetaald blijven van twee facturen aan Beekman Klinieken B.V., die failliet werd verklaard. De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing. Ook het hof bevestigt deze afwijzing.
De kern van het geschil betreft de vraag of de bestuurders wisten of redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat Beekman Klinieken niet aan haar betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen (de Beklamel-norm). De advocatenmaatschap stelde dat er al in april 2019 sprake was van een ernstige financiële noodsituatie, maar het hof oordeelde dat dit onvoldoende was onderbouwd. De bestuurders betwistten dit en verwezen naar financiering en betaling van crediteuren tot aan het faillissement.
Daarnaast was er een inhoudelijke discussie over de juistheid van de facturen en het mandaat van de advocaten, die niet tot onrechtmatige betalingsonwil van de bestuurders leidde. Ook de stellingen over onrechtmatig handelen van [geïntimeerde2] op grond van niet doorbetaalde gelden door een derde partij werden onvoldoende onderbouwd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de advocatenmaatschap in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Vordering bestuurdersaansprakelijkheid afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing schending Beklamel-norm.