ECLI:NL:PHR:2006:AZ0758
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder fiscale eenheid wegens onrechtmatig handelen bij omzetbelasting
De zaak betreft een geschil tussen de ontvanger van de Belastingdienst en een directeur-enig aandeelhouder van failliet verklaarde vennootschappen die een fiscale eenheid vormden. De ontvanger stelde de bestuurder aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen, omdat hij de fiscale eenheid niet tijdig en correct belastingaangiften liet doen, waardoor naheffingsaanslagen niet konden worden geïnd.
De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigde dit en wees ze af. De ontvanger stelde cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat de wettelijke verplichtingen uit de Wet op de Omzetbelasting rusten op de fiscale eenheid en niet persoonlijk op de bestuurder. Voor persoonlijke aansprakelijkheid is vereist dat de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.
De Hoge Raad bevestigde dat het schuiven met omzet (het doen van te lage aangiften) niet zonder meer leidt tot persoonlijke aansprakelijkheid. De voorzienbaarheid van schade speelt een rol bij het bepalen van het persoonlijk verwijt. Het hof had dit impliciet beoordeeld en de vordering van de ontvanger afgewezen. Het cassatiemiddel werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat de bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk is voor de schade van de ontvanger.