ECLI:NL:GHARL:2021:11562
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Van Schuijlenburg
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie wegens negeren rood verkeerslicht zonder staandehouding tijdens coronaperiode
De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd voor het negeren van een rood verkeerslicht op 28 maart 2020. De ambtenaar zag de overtreding, maar hield de bestuurder niet staande vanwege het 'Protocol coronavirus'.
In hoger beroep betoogt de gemachtigde dat het niet staande houden onterecht was en dat de interne werkinstructie de wettelijke verplichting tot staandehouding niet kan buiten werking stellen. Volgens hem was staandehouding met inachtneming van veiligheidsmaatregelen mogelijk.
Het openbaar ministerie verdedigt het standpunt dat vanwege de onduidelijke en uitzonderlijke situatie aan het begin van de coronacrisis staandehouding niet redelijk mogelijk was, en dat beboeting op kenteken daarom toelaatbaar was.
Het hof oordeelt dat de werkinstructie geen wettelijke basis heeft en niet afwijkt van de wettelijke verplichting tot staandehouding. Er is onvoldoende gebleken dat staandehouding niet mogelijk was. De sanctie aan de kentekenhouder is daarom onterecht opgelegd en wordt vernietigd. Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de eerdere beslissingen en bepaalt restitutie van de zekerheidstelling. Tevens worden proceskosten aan de advocaat-generaal opgelegd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctie aan de kentekenhouder wegens het niet stoppen voor rood licht en verklaart het beroep gegrond.