ECLI:NL:GHARL:2021:11687
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding over uitvoering verdeling na echtscheiding en woningtoewijzing
Partijen zijn in 2002 gehuwd en in 2020 gescheiden. De rechtbank bepaalde dat de man de woning zou overnemen met een termijn van drie maanden. De vrouw kwam in hoger beroep tegen de toewijzing van de woning, maar trok haar verzoek in. De man startte een kort geding om nakoming van de verdeling, waarbij de voorzieningenrechter de vrouw veroordeelde tot medewerking aan levering van haar aandeel in de woning en tot betaling van een bedrag.
De vrouw ging in hoger beroep tegen dit vonnis en stelde onder meer dat zij het bedrag al had voldaan in Iraanse Rial, wat de man betwistte. Het hof oordeelde dat de bewijsvoering omtrent de betaling onvoldoende was en dat een kort geding niet geschikt is voor uitgebreide bewijslevering. Daarom vernietigde het hof het vonnis voor zover het de betaling betrof en verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in grieven die betrekking hadden op de woninglevering vanwege niet tijdige inschrijving van het hoger beroep.
Het hof bekrachtigde het vonnis voor het overige, wees het verzoek tot schorsing af, en compenseerde de proceskosten in hoger beroep. De partijen dienen hun geschil over de betaling en uitvoering van de verdeling in een bodemprocedure op te lossen indien zij er niet onderling uitkomen.
Uitkomst: Vrouw niet-ontvankelijk in enkele grieven, betaling vernietigd, verder vonnis bekrachtigd en kosten gecompenseerd.