Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
31 maart 2023.
Hoge Raad
Partijen zijn ex-echtgenoten die in geschil zijn over de afwikkeling van de verdeling van hun ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. De rechtbank had bepaald dat de man de woning zou overnemen en de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek zou ontslaan. De man vorderde in kort geding dat de vrouw medewerking verleende aan de levering van haar aandeel in de woning.
De voorzieningenrechter wees deze vorderingen toe, waaronder een verklaring voor recht dat de man door verrekening aan zijn betalingsverplichting had voldaan. Het hof vernietigde het deel van het vonnis dat de vrouw tot betaling van een bedrag veroordeelde, maar bekrachtigde de rest, inclusief de verklaring voor recht.
De Hoge Raad oordeelt dat in kort geding geen plaats is voor een definitieve verklaring voor recht vanwege het voorlopige karakter van deze procedure. De rechter in hoger beroep moet dit ambtshalve toepassen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en het vonnis voor zover de verklaring voor recht is gegeven en wijst deze vordering af.
De kosten van het cassatiegeding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering af en vernietigt de verklaring voor recht in kort geding over de verrekening bij verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.