Deze civiele procedure betreft de vraag of appellant, als erfpachter, een contractuele boete heeft verbeurd jegens de stichting als erfverpachter omdat hij de erfpachtpercelen via een makelaar te koop heeft aangeboden zonder deze eerst schriftelijk aan de stichting aan te bieden zoals vereist in de erfpachtakte.
Appellant had zijn melkveehouderijbedrijf verkocht en de grond in erfpacht teruggekregen. Door financiële problemen besloot hij het bedrijf inclusief erfpachtrecht via een makelaar te koop aan te bieden zonder de stichting schriftelijk te informeren. De stichting vorderde betaling van achterstallige canon en een boete van tien maal de jaarcanon wegens schending van het voorkeursrecht.
De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigde dit vonnis deels. Het hof oordeelde dat de boete pas verbeurd is als het erfpachtrecht daadwerkelijk wordt overgedragen zonder dat de stichting de kans heeft gehad van haar voorkeursrecht gebruik te maken. Het enkele niet schriftelijk aanbieden voorafgaand aan de verkoop via makelaar leidt niet tot verbeuren van de boete.
Het hof mat de beslagkosten en compenseerde de proceskosten in eerste aanleg. De stichting werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest bevestigt een restrictieve uitleg van het boetebeding in het kader van het voorkeursrecht bij erfpacht.