De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige en zijn uit elkaar. De rechtbank had bepaald dat de man vanaf 9 maart 2020 € 204 per maand aan kinderalimentatie moest betalen. De vrouw ging in hoger beroep en stelde dat de alimentatie hoger moest zijn en dat de man onvoldoende inzage gaf in zijn financiële situatie.
Het hof oordeelde dat de ingangsdatum van 9 maart 2020 gehandhaafd blijft omdat eerdere correspondentie geen bindende afspraken over alimentatie bevatte. De behoefte van het kind werd vastgesteld op basis van een netto gezinsinkomen van € 5.809 per maand, inclusief inkomsten uit paardenstalling en verhuur, wat leidde tot een behoefte van € 984 per maand in 2020.
De man had onvoldoende financiële stukken overlegd, waardoor het hof zijn draagkracht niet kon vaststellen. Gezien de omstandigheden en het ontbreken van gegevens bepaalde het hof dat de man € 582 per maand moet betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. De overige verzoeken werden afgewezen en de kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.