Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster, verder te noemen: de moeder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2009 gehuwd en hebben samen drie kinderen, waarvan twee gezamenlijk en één uit een eerdere relatie van de moeder. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op 18 oktober 2021. Voorafgaand daaraan waren de kinderen onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst bij de vader.
De moeder verzocht het hof om voorlopige voorzieningen te treffen omtrent het hoofdverblijf van de kinderen, een zorgregeling en kinderalimentatie, alsmede partneralimentatie. Het hof stelde vast dat de verzoeken niet ontvankelijk konden worden verklaard omdat de echtscheiding inmiddels was ingeschreven, waardoor de voorlopige voorzieningen kracht verloren volgens artikel 826 Rv Pro.
De moeder vroeg alsnog behandeling op proceseconomische gronden, maar het hof wees dit af. Ten aanzien van de partneralimentatie was het hof onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, die de oorspronkelijke beschikking had gegeven. Het hof wees het overige verzoek af en verklaarde de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoeken.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken omtrent voorlopige voorzieningen na inschrijving van de echtscheiding en het verzoek partneralimentatie is verwezen naar de bevoegde rechtbank.