ECLI:NL:GHARL:2021:1190
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid advocaat-generaal in vordering tot lijfsdwang na wetswijziging
In deze zaak vorderde de advocaat-generaal op grond van artikel 577c (oud) Sv verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen de veroordeelde wegens het uitblijven van betaling van een ontnemingsmaatregel opgelegd in 2017.
De wetgeving omtrent lijfsdwang is per 1 januari 2020 gewijzigd door de Wet USB, waarbij lijfsdwang is vervangen door het dwangmiddel gijzeling, geregeld in artikel 6:6:25 Sv Pro. De Hoge Raad heeft in een arrest van 26 januari 2021 geoordeeld dat alleen lijfsdwang kan worden toegepast indien daarvoor vóór 1 januari 2020 verlof is verleend; anders geldt de nieuwe regeling voor gijzeling.
Het hof oordeelt dat de vordering van de advocaat-generaal uit september 2018, die strekt tot lijfsdwang, niet kan worden geconverteerd naar een vordering tot gijzeling. Daarom wordt de advocaat-generaal niet-ontvankelijk verklaard in deze vordering. Het openbaar ministerie dient een nieuwe vordering in te dienen bij de rechtbank om gijzeling te kunnen toepassen.
De uitspraak bevestigt de overgangsrechtelijke regeling en verduidelijkt de procedurele gevolgen van de wetswijziging op het gebied van tenuitvoerlegging van ontnemingsmaatregelen.
Uitkomst: De advocaat-generaal wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang wegens vervallen wettelijke grondslag.