Partijen zijn in 2004 gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben in 2020 hun huwelijk ontbonden. De vrouw heeft in hoger beroep een verzoek ingediend tot herziening van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met name over de overbedeling, kosten woning en het beleggingsplan.
De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de verdeling aan een notaris opgedragen. In hoger beroep heeft het hof overwogen dat de vrouw haar verzoek tot verdeling mocht aanvullen en dat de peildatum voor de verdeling 16 januari 2020 is, de datum van het echtscheidingsverzoek.
De woning was verkocht maar te laat geleverd, waardoor een boete van €28.100,- werd opgelegd, die het hof volledig aan de vrouw toerekent wegens belemmering van tijdige levering. De man krijgt de Volkswagen Caddy, de vrouw de Toyota Aygo met een verrekening van €1.875,-. De eenmanszaak van de man wordt gewaardeerd op €46.961,-, waarvan de vrouw de helft toekomt. Bankrekeningen worden verdeeld volgens eigendom en saldi. Het beleggingsplan wordt gesplitst.
De vrouw moet aan de man €15.421,43 betalen, vermeerderd met de helft van het saldo op haar rekening in Iran. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd. Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover het de verdeling betreft en beslist opnieuw.