Uitspraak
1.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
détournement de pouvoir. Het openbaar ministerie heeft bij zijn beslissing tot vervolging doorslaggevende betekenis toegekend aan de omstandigheid dat verdachte, anders dan [naam bedrijf 1] die door de rechtbank eveneens is veroordeeld, beschikte over financiële middelen, zodat een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kansrijk werd geacht. De verdediging stelt zich op het standpunt dat een strafrechtelijke vervolging niet uitsluitend of in beslissende mate mag worden ingesteld met het oog op voordeelsontneming. Subsidiair is aan het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring ten grondslag gelegd dat een vervolging dusdanig ingrijpt voor een familiebedrijf als verdachte dat de keuze om daar uit financiële motieven desondanks toe over te gaan getuigt van een niet redelijke en billijke belangenafweging.
2.De omvang van het aan verdachte gemaakte verwijt
zij in of omstreeks de periode van 12 juli 2007 tot en met 31 december 2009, althans in 2007 (vanaf 12 juli) en/of 2008 en/of 2009 te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 2] , althans in Nederland, althans op het grondgebied van Europa, samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen, opzettelijk,
zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 11 juli 2007, althans in 2006 en/of 2007 (tot en met 11 juli) te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 2] , althans in Nederland, althans op het grondgebied van Europa, samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen, opzettelijk, - in totaal - tien maal, althans een aantal malen, te weten,
zij te [plaatsnaam 5] , gemeente [naam gemeente] , althans in Nederland, samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen,
De verdachte is daardoor niet geschaad in haar verdediging.