Uitspraak
2 maart 2021
[Z](hierna: verzoeker)
De procedure
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker heeft in hoger beroep in belastingzaken een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelende raadsheren vanwege zorgen over zijn veiligheid in het Paleis van Justitie te Arnhem tijdens de coronapandemie. Hij vreesde besmetting tijdens de reis en de zitting, wat volgens hem levensgevaarlijk zou zijn.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet gegrond is omdat procedurele beslissingen, zoals de locatie en het tijdstip van de zitting, geen grond voor wraking vormen. Daarnaast is de rechter te allen tijde te vermoeden onpartijdig, tenzij uitzonderlijke omstandigheden anders aantonen. Verzoeker had ook nagelaten de reactie van de raadsheren op zijn uitstelverzoek af te wachten.
De raadsheren verschenen niet bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, verzoeker verscheen eveneens niet. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat en wees het wrakingsverzoek af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.