Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.de vennootschap onder firma G.B.O. Transport & Zoon V.O.F,
[geïntimeerde2] ,
[geïntimeerde3] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer trad in 2011 in dienst bij GBO en was onder de cao Beroepsgoederenvervoer over de weg vallend. Na opzegging van zijn arbeidsovereenkomst per 31 maart 2017, trad hij op 22 maart 2017 in dienst bij een derde. De werknemer vorderde onder meer achterstallig loon, overuren, vakantie- en verlofdagen, verblijfskosten en scholingskosten.
De rechtbank wees vrijwel alle vorderingen af, behalve een kleine vergoeding voor bijtelling bekeuringen. In hoger beroep stelde de werknemer dat hij recht had op achterstallig loon over maart 2017, betaling van overuren omdat teveel pauze-uren waren ingehouden, en vergoeding van scholingskosten conform cao.
Het hof oordeelde dat loon na 22 maart 2017 niet verschuldigd was omdat werknemer toen al bij een derde werkte. De pauzetijden moesten conform de cao worden gehanteerd en wachttijd geldt als werktijd, waardoor werkgever niet kon volstaan met uitbetaling op basis van door werknemer ingevulde dagrapporten. Omdat werkgever niet aan de cao-verplichting voldeed om geaccordeerde urenstaten te verstrekken, werd de termijn om bezwaar te maken niet in gang gezet en werd werkgever bevolen alle relevante urenregistraties te overleggen. De vordering tot vergoeding van scholingskosten werd deels toegewezen tot € 250,00, maar reiskosten werden afgewezen. Overige punten werden aangehouden.
Uitkomst: De werknemer krijgt deels gelijk in zijn vordering tot betaling van overuren en scholingskosten, met nadere bewijslevering, maar geen loon na indiensttreding bij derde.