Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
mr. J.M. Keizer, naar voren is gebracht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 2 september 2018 onder invloed van amfetamine een voertuig bestuurde met een bloedconcentratie boven de wettelijke grenswaarde. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Het hof oordeelde dat de bloedmonsters niet 'zo spoedig mogelijk' bij het geaccrediteerde laboratorium waren bezorgd, zoals vereist in artikel 13, eerste lid van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. De monsters werden pas 10 dagen later ontvangen door een Duits laboratorium, wat niet voldoet aan de strikte waarborg.
Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat de bloedmonsters verzegeld waren aangekomen bij het laboratorium, waardoor het bewijs van het bloedonderzoek niet kan worden gebruikt. Zonder dit bewijs kon niet worden bewezen dat verdachte onder invloed was tijdens het rijden.
De bekentenis van verdachte over druggebruik voorafgaand aan het rijden was onvoldoende om de tenlastelegging te bewijzen. Het hof sprak verdachte daarom vrij en wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere gevangenisstraf af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens niet-naleving van de strikte waarborgen bij bloedonderzoek.