Conclusie
Inleiding
Het middel
Bewezenverklaring en bewijsoverweging
proces-verbaal rijden onder invloed, genummerd PL0900-2019005224-1, opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van politie Midden-Nederland, gesloten en getekend op 13 maart 2019, onderaan de pagina gekenmerkt door blad 2 tot en met blad 4, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –
als relaas van verbalisant:
proces-verbaal, ongenummerd, opgemaakt door [verbalisant 2] , hoofdinspecteur van politie, gesloten en getekend op 3 december 2020, bestaande uit twee pagina’s, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –
als relaas van verbalisant:
Verweer van de verdediging
Het hof kan op basis van het huidige dossier niet vaststellen op welke datum de bloedmonsters zijn verzonden, noch op welke datum het NFI de monsters heeft ontvangen en evenmin op welke datum de monsters door het NFI zijn doorgestuurd naar het laboratorium in Duitsland, waaruit mogelijk een ontvangstdatum door het NFI had kunnen worden afgeleid. Het hof kan enkel vaststellen dat de bloedmonsters op 12 september 2018 – en daarmee 10 dagen na het afnemen daarvan – in een geaccrediteerd laboratorium in Duitsland zijn aangekomen. Dit tijdsverloop kan naar het oordeel van het hof niet worden aangemerkt als ‘zo spoedig mogelijk bezorgen', als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder d van het Besluit. Het hof oordeelt dan ook dat niet kan worden vastgesteld dat aan de betreffende waarborg is voldaan.”
Op de eerste pagina vóór de derde alinea: Ik heb kennisgenomen van de gisterenavond toegestuurde stukken. Daarin wordt in zijn algemeenheid gezegd wat de gang van zaken gewoonlijk is. Dat die gang van zaken zo is, wordt ook niet betwist. Het feit dat de advocaat-generaal uw hof heeft verteld over de opgevraagde vrachtbrief toont aan dat er ook in concreto meer te achterhalen is. Het gaat hier wel om lichaamsmateriaal van cliënt en het onderzoek daarvan is niet voor niets met strikte waarborgen omgeven. De verdediging is daarom van mening dat de door de advocaat-generaal versterkte algemene informatie onvoldoende is om de vragen te kunnen ondervangen.
Juridisch kader
Artikel 13
NJ2022/239, m.nt. Vellinga. In dit arrest heeft de Hoge Raad een kader geschetst voor de beoordeling van de vraag of de verzending ‘zo spoedig mogelijk’ heeft plaatsgevonden. Ik citeer de volgende overwegingen:
Bespreking van het middel
algemene informatieover een bepaalde werkwijze, (ii)
neemt aandat deze werkwijze in dit geval ook is gehanteerd en (iii)
gaat er vanuitdat het bloedblok door de politie volgens een bepaald procedé is bewaard, opgehaald en vervoerd. Door louter op basis van een algemene beschrijving van een werkwijze aan te nemen dat het bloed(blok) van de verdachte op de juiste wijze is bewaard en vervoerd, heeft het hof verzuimd vast te stellen of ook in dit concrete geval het bewaren en vervoeren van het bloed(blok) daadwerkelijk overeenkomstig die werkwijze heeft plaatsgevonden. De overweging van het hof dat er geen begin van een vermoeden is om aan te nemen dat de algemene werkwijze in dit geval niet is gehanteerd, doet daaraan niet af. In bewijsmiddel 1 gaat de verbalisant namelijk enkel in op de wijze van verpakking en verzegeling. Dat zegt niets over de wijze waarop het bloed in dit concrete geval is bewaard en vervoerd. Voor zover het hof doelt op het deel van het proces-verbaal waarin de verbalisant relateert dat hij zich ervan heeft “vergewist dat de bloedmonsters overeenkomstig het bepaalde in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen zijn verzonden”, zij opgemerkt dat deze passage evenmin voldoende concreet maakt
hoehet bloed(blok) van de verdachte in dit geval is bewaard en vervoerd.
concretevaststellingen over deze aspecten zijn vereist. [4] Aan dit vereiste voldoet het arrest van het hof niet. Dat betekent dat de bewezenverklaring niet voldoende naar de eis der wet is gemotiveerd.
Slotsom