ECLI:NL:GHARL:2021:209
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen binding koper aan voorkeursrecht huurder bij verkoop vastgoedportefeuille
Vanilia huurde sinds 2004 winkelruimte met een voorkeursrecht van koop. Deze ruimte werd verkocht aan Amres, die het vervolgens aan een derde verkocht. Vanilia stelde dat Amres het voorkeursrecht niet had nageleefd en eiste een boete van 15% van de koopsom.
De kantonrechter wees de vordering af en het hof bevestigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat volgens artikel 7:226 lid 3 BW Pro alleen bedingen die verband houden met huurprestaties aan de koper binden. Uit de stukken bleek niet dat de huurprijs een vergoeding voor het voorkeursrecht bevatte.
Vanilia kon niet aantonen dat de hogere huurprijs een vergoeding voor het voorkeursrecht inhield. Ook de verkoop als onderdeel van een vastgoedportefeuille maakte dat het voorkeursrecht niet van toepassing was. Het hof vond geen reden om af te wijken van de strikte wettelijke toets en veroordeelde Vanilia in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wees de vordering van Vanilia af en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter.