ECLI:NL:GHARL:2021:2148

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 maart 2021
Publicatiedatum
5 maart 2021
Zaaknummer
Wahv 200.247.446/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 3:41 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige indiening beroepschrift Wahv

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep ontvankelijk verklaard en de sanctie gematigd. Het hof beoordeelde echter of het beroep tijdig was ingesteld, aangezien dit een kwestie van openbare orde betreft.

De beslissing van de officier van justitie was op 24 januari 2017 aan de betrokkene toegestuurd, waardoor de beroepstermijn op 7 maart 2017 eindigde. Het beroepschrift vermeldde een verzenddatum van 7 maart 2017 met een online frankering en track & trace-code, maar het werd pas op 14 maart 2017 ontvangen. Volgens artikel 6:9 Awb Pro geldt een postregel waarbij een brief binnen een week na het verstrijken van de termijn nog op tijd kan zijn, mits tijdig ter post bezorgd.

Het hof stelde vast dat de gemachtigde van de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift daadwerkelijk op 7 maart 2017 was aangeboden aan PostNL. Er ontbrak een stempel van PostNL op de enveloppe, ondanks online frankering en aangetekende verzending. Hierdoor was niet voldaan aan de vereisten voor tijdige verzending.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De zaak werd behandeld op zitting waarbij de gemachtigde van de betrokkene niet verscheen.

Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.247.446/01
CJIB-nummer
: 200277040
Uitspraak d.d.
: 5 maart 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 22 augustus 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 185,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van
€ 501,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2021. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. De termijn om beroep in te stellen is van openbare orde. Dat wil zeggen dat de rechter uit zichzelf moet beoordelen of het beroep bij de kantonrechter op tijd is ingesteld en of de kantonrechter daar juist over heeft beslist.
2. Tegen de beslissing van de officier van justitie kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 9, eerste lid, van de Wahv en de artikelen 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
3. De beslissing van de officier van justitie is op 24 januari 2017 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 7 maart 2017. Het beroepschrift vermeldt “verzenddatum 7 maart 2017 PostNL [nummer] .” Uit een stempel blijkt dat het op 14 maart 2017 door de officier van justitie is ontvangen.
4. Uit artikel 6:9 van Pro de Awb volgt dat een beroepschrift dat binnen een week na het aflopen van de beroepstermijn per post binnenkomt nog op tijd is, mits het beroepschrift maar voor het einde van de termijn ter post is bezorgd.
5. Een stuk is alleen voor het einde van de termijn ter post bezorgd indien het tijdig in de brievenbus is gedeponeerd dan wel op het postkantoor is aangeboden (vgl. HR 29 mei 1996, LJN ZF2248).
6. Op de enveloppe waarin het beroepschrift is verzonden staat o.a. 'Aangetekend', 'Online frankering betaald' en een track&trace-code. Een stempel van PostNL ontbreekt. Om een brief na online frankeren aangetekend te verzenden, is het noodzakelijk het stuk aan te bieden aan een locatie van PostNL (vgl. het arrest van het hof van 7 maart 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:2088).
7. De gemachtigde van de betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij het poststuk op
7 maart 2017 heeft aangeboden aan een locatie van PostNl en daarmee het beroepschrift ter post heeft bezorgd. Het hof is daarom van oordeel dat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld. De kantonrechter heeft het beroep ten onrechte ontvankelijk geacht. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.