ECLI:NL:GHARL:2021:2148
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige indiening beroepschrift Wahv
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep ontvankelijk verklaard en de sanctie gematigd. Het hof beoordeelde echter of het beroep tijdig was ingesteld, aangezien dit een kwestie van openbare orde betreft.
De beslissing van de officier van justitie was op 24 januari 2017 aan de betrokkene toegestuurd, waardoor de beroepstermijn op 7 maart 2017 eindigde. Het beroepschrift vermeldde een verzenddatum van 7 maart 2017 met een online frankering en track & trace-code, maar het werd pas op 14 maart 2017 ontvangen. Volgens artikel 6:9 Awb Pro geldt een postregel waarbij een brief binnen een week na het verstrijken van de termijn nog op tijd kan zijn, mits tijdig ter post bezorgd.
Het hof stelde vast dat de gemachtigde van de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift daadwerkelijk op 7 maart 2017 was aangeboden aan PostNL. Er ontbrak een stempel van PostNL op de enveloppe, ondanks online frankering en aangetekende verzending. Hierdoor was niet voldaan aan de vereisten voor tijdige verzending.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De zaak werd behandeld op zitting waarbij de gemachtigde van de betrokkene niet verscheen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.