Uitspraak
PDX,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of PDX Services B.V. de min-uren van geïntimeerde tijdig en deugdelijk had meegedeeld, zodat verrekening daarvan in de loonvordering gerechtvaardigd was. Het hof stelde vast dat PDX geen loonstroken had overgelegd waaruit de maandelijkse stand van min-uren bleek, en dat de overgelegde e-mails en stellingen onvoldoende bewijs leverden dat geïntimeerde daadwerkelijk op de hoogte was gesteld.
Het hof verwierp het bewijsaanbod van PDX tot het horen van getuigen, omdat onvoldoende concreet was gesteld hoe en wanneer de mededelingen zouden hebben plaatsgevonden. Op grond hiervan beperkte het hof de verrekening van min-uren tot die na 1 november 2018, wat neerkomt op 21 uur en een bedrag van €220,50. Tevens werd de wettelijke verhoging beperkt tot 20% over dit bedrag.
De kantonrechterlijke uitspraak werd voor zover hoger vernietigd en voor het overige bekrachtigd. PDX werd veroordeeld tot betaling van €1.134,- bruto aan geïntimeerde, vermeerderd met wettelijke rente over de wettelijke verhoging, en in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: PDX moet €1.134,- betalen aan geïntimeerde met beperkte verrekening van min-uren en aangepaste wettelijke verhoging.