Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het huwelijk van partijen werd in 2014 ontbonden en in het echtscheidingsconvenant werd partneralimentatie vastgesteld. De rechtbank stelde de alimentatie in 2015 vast op €1.118 bruto per maand en wijzigde deze in 2020 naar nihil vanwege de inkomensachteruitgang van de man.
De vrouw ging in hoger beroep tegen deze wijziging en verzocht om vernietiging van de beschikking, terwijl de man verweer voerde en incidenteel hoger beroep instelde. Het hof hield op 28 januari 2021 een mondelinge behandeling.
Het hof oordeelde dat de inkomensachteruitgang van de man reëel was en niet aan hem kon worden toegerekend. De compensatie voor niet opgenomen vakantie-uren werd niet als inkomen meegeteld. De vrouw kon haar dienstverband niet uitbreiden vanwege haar leeftijd en gezondheid, waardoor haar aanvullende behoefte werd vastgesteld op €857 netto per maand.
De draagkracht van de man werd berekend op €715 bruto per maand tot 1 juli 2020 en €573 daarna. Een jusvergelijking toonde dat de vrouw financieel beter af zou zijn met nihil alimentatie. Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en stelt de partneralimentatie op nihil vanwege de inkomensachteruitgang van de man.