Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake partneralimentatie na ontbinding van het huwelijk. De rechtbank had de partneralimentatie vastgesteld op €8.017 per maand, waartegen de man twee grieven richtte betreffende de behoefte van de vrouw en zijn draagkracht.
Het hof heeft de behoefte van de vrouw beoordeeld aan de hand van de hofnorm met correcties, rekening houdend met het netto besteedbaar gezinsinkomen tijdens het huwelijk, dubbele woonlasten en kosten voor de Europese school. De behoefte werd vastgesteld op circa €7.750 netto per maand. De vrouw heeft een netto inkomen van circa €2.123, waardoor haar aanvullende behoefte ongeveer €5.627 bedraagt.
De draagkracht van de man werd herzien omdat hij niet langer bij zijn voormalige werkgever werkzaam is en geen vergelijkbaar inkomen ontvangt. Het hof acht zijn redelijke verdiencapaciteit op €10.000 bruto per maand, wat leidt tot een draagkracht van €4.005 per maand, te verhogen met wettelijke indexering.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover het partneralimentatie betreft en bepaalde dat de man vanaf 23 maart 2020 €4.005 per maand aan de vrouw betaalt, met een verhoging naar €4.125,15 per maand vanaf 1 januari 2021. De bijdrage is uitvoerbaar bij voorraad.