In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de partneralimentatie gewijzigd en de ingangsdatum vastgesteld op 1 januari 2020. De vrouw had aangevoerd dat zij in financiële problemen was gekomen en dat een terugwerkende vermindering van de alimentatie niet van haar verlangd kon worden. Het hof stelde vast dat zij onvoldoende bewijs had geleverd voor deze stelling.
Het hof corrigeerde een kennelijke fout in de draagkrachtberekening en stelde de partneralimentatie vast op €840,- per maand vanaf 1 januari 2020, met een wettelijke indexering naar €865,20 per maand vanaf 1 januari 2021. De man had feitelijk betaald volgens de oude alimentatie tot juli 2020, waarna hij stopte met betalen.
Hoewel de vrouw door de stopzetting tekort was gekomen, hoefde zij niets terug te betalen aan de man omdat het totaalbedrag dat hij had betaald lager was dan de nieuwe alimentatie. Het hof oordeelde dat het niet redelijk was om een latere ingangsdatum te hanteren, omdat dat tot een nabetaling zou leiden die de draagkracht van de man zou overschrijden.
De grieven van de vrouw over de draagkracht en de ingangsdatum werden deels toegewezen, maar haar verzoek tot latere ingangsdatum werd afgewezen. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de alimentatiebedragen en ingangsdata definitief vast.