Uitspraak
[eiseres],
Fositrans,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert eiseres betaling van loon na een ontslag op staande voet dat door de kantonrechter is vernietigd. Eiseres en haar echtgenoot waren in dienst bij Fositrans, maar werden op 25 juli 2018 op staande voet ontslagen wegens vermeende werkweigering. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onterecht was omdat zij ziek waren en vernietigde het ontslag.
Eiseres vorderde in kort geding loonbetaling over de periode na het ontslag, maar de kantonrechter wees dit af omdat zij in die periode alternatieve inkomsten uit Duitse uitkeringen genoot. Eiseres stelde dat zij deze uitkeringen moest terugbetalen en dat het loon daarom verschuldigd bleef. Het hof oordeelde dat het loon inmiddels door Fositrans was betaald en dat het belang bij de spoedeisende vordering onvoldoende was aangetoond.
Het hof bevestigde dat de Nederlandse rechter bevoegd was en Nederlands recht van toepassing was. De vordering werd afgewezen en de kostenveroordeling tegen eiseres bleef in stand. Het hoger beroep faalde en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.