ECLI:NL:GHARL:2021:2740
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering dochter tegen ouders afgewezen wegens gezag van gewijsde eerdere uitspraak
De dochter vorderde van haar ouders betaling van een bedrag dat zij stelde te hebben voorgeschoten als lening ter aflossing van een schuld van haar vader. Deze vordering werd door de rechtbank afgewezen en het hof bevestigde dit in hoger beroep.
De dochter baseerde haar vordering mede op gesprekken in 2012 waarin zij stelde dat de ouders hun schuld hadden erkend, maar het hof oordeelde dat deze erkenning niet tot schuldvernieuwing leidde en dat de vordering verjaard was. Het hof benadrukte dat het gezag van gewijsde van het arrest uit 2017 bindend is en dat dezelfde rechtsbetrekking aan de orde is.
De dochter kon haar vordering niet opnieuw aanvoeren op dezelfde feitelijke grondslag. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de dochter af wegens gezag van gewijsde van een eerder arrest.