Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop in hoger beroep
- de akte van de man;
- de antwoordakte van de vrouw.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de vraag centraal of het pensioen van de man, dat deel uitmaakt van de pensioenverevening na echtscheiding, een beschikbare-premieregeling betreft of een gegarandeerde uitkering. De man heeft zijn principaal hoger beroep ingetrokken, zodat het hof zich beperkt tot het incidenteel hoger beroep van de vrouw.
Het hof heeft de pensioenovereenkomst beoordeeld aan de hand van de Haviltex-maatstaf, waarbij niet alleen de tekst maar ook de redelijke verwachtingen van partijen worden meegewogen. Uit diverse stukken, waaronder correspondentie van de pensioenverzekeraar en verklaringen van de rechtsopvolger, blijkt dat het pensioen een streefregeling is, een aangewezen beschikbare-premieregeling gebaseerd op eindloon, waarbij het beoogde pensioen niet gegarandeerd is.
De man heeft het pensioen in eigen beheer afgekocht en overgedragen, waarbij geen aanwijzingen zijn dat de voorwaarden zijn gewijzigd in een richting van gegarandeerde uitkering. De opbouw is premievrij gemaakt, wat niet past bij een gegarandeerde uitkering. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van een gegarandeerde uitkering of kapitaalovereenkomst.
Gelet op deze feiten verklaart het hof het principaal hoger beroep van de man niet-ontvankelijk en wijst het het incidenteel hoger beroep van de vrouw af. De kosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het incidenteel hoger beroep van de vrouw af en verklaart het principaal hoger beroep van de man niet-ontvankelijk.