ECLI:NL:GHARL:2021:2749
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over geheimhoudingsbeding en boetebeding in arbeidsovereenkomst
De werknemer was in dienst bij WBB Groep en later bij WBB Daglicht, waarbij in zijn arbeidsovereenkomsten geheimhoudingsbedingen waren opgenomen met boetebedingen bij overtreding. WBB stelde dat de werknemer deze bedingen meerdere malen had overtreden door informatie over zijn salariëring en arbeidsvoorwaarden te delen met derden en collega’s, en vorderde boetes.
De kantonrechter wees de vorderingen toe, maar het hof stelde vast dat het vonnis geen verstekvonnis betrof en dat de werknemer ontvankelijk was in hoger beroep. Het hof oordeelde dat WBB onvoldoende concreet had toegelicht welke overtredingen wanneer en aan wie waren gepleegd, en waarom deze onder de verschillende geheimhoudingsbedingen vielen. De door WBB overgelegde verklaringen waren onvoldoende gespecificeerd en deels tegenstrijdig.
Daarmee had WBB niet aan haar stelplicht voldaan en kon het hof niet toekomen aan bewijslevering. De vorderingen werden daarom afgewezen. Tevens werd de vordering van de werknemer tot terugbetaling van reeds betaalde boetes toegewezen. De provisionele vordering van de werknemer werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Tot slot veroordeelde het hof WBB tot betaling van de proceskosten van de werknemer, en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van WBB af wegens onvoldoende onderbouwing van de overtredingen van het geheimhoudingsbeding.