In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen bij de vader vastgesteld, ondanks de wens van de oudste om de huidige situatie te behouden. Dit besluit volgt op langdurige zorgen over het opvoedingsklimaat bij de moeder, die kampt met verward gedrag en onvoldoende medewerking aan omgangs- en informatieregelingen.
De gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming hebben ernstige zorgen geuit over de opvoedingssituatie, wat leidde tot een ondertoezichtstelling. Hulpverlening heeft niet geleid tot verbetering, en de moeder bleek onmachtig om de omgangsregeling en informatievoorziening naar de vader adequaat uit te voeren. De vader wordt gezien als een betrokken ouder die een stabiele rol vervult.
Het hof besloot daarom het hoofdverblijf bij de vader te plaatsen met ingang van 5 april 2021 en het ouderlijk gezag gezamenlijk toe te wijzen. Tevens werd een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen hoofdzakelijk bij de moeder verblijven, met duidelijke afspraken over verblijfsperiodes en overdracht. De informatieregeling werd opgeheven omdat gezamenlijk gezag het mogelijk maakt dat ouders zelfstandig informatie inwinnen.
De beslissing is genomen met het oog op het belang van de kinderen, waarbij het contact met de vader wordt geborgd en onnodige conflicten worden beperkt. Het hof benadrukte het belang van heldere afspraken en een verstandige houding van beide ouders.