Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een brief van de raad voor de kinderbescherming van 4 januari 2021;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2006, die sinds 25 oktober 2018 onder toezicht staat. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel waarin de ondertoezichtstelling werd verlengd tot 25 april 2021. Zij stelt dat vrijwillige hulpverlening volstaat en dat verlenging niet nodig is.
Tijdens de zitting bleek dat er ernstige ontwikkelingsbedreigingen zijn, waaronder het geringe schoolbezoek van de minderjarige en een verstoorde relatie met zijn zusje. De moeder erkent deze zorgen en zet zich in om via hulpverlening en samenwerking met school verbetering te bewerkstelligen. De minderjarige zelf accepteert de hulpverlening echter onvoldoende en bepaalt zelf of hij naar school gaat of gesprekken met hulpverleners voert.
Het hof oordeelt dat de moeder onvoldoende invloed heeft op het gedrag van de minderjarige en dat de hulpverlening in het vrijwillige kader niet het gewenste effect heeft. Daarom blijft de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de hulpverlening te kunnen sturen en monitoren. De bestreden beschikking wordt dan ook bekrachtigd en het verzoek tot afwijzing van de verlenging wordt afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd omdat hij onvoldoende hulpverlening accepteert en de moeder onvoldoende invloed heeft.