Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder,
Stichting Jeugdbescherming Gelderland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezaghebbenden over twee minderjarige kinderen. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling (GI) en bij beschikking van 26 oktober 2020 is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van de kinderen bij de vader tot uiterlijk 30 april 2021.
De moeder is tegen deze uithuisplaatsing in hoger beroep gekomen en voert aan dat de GI niet objectief is en dat de spanningen bij de kinderen niet zijn toegenomen. Zij betwist ook de incidenten die tot zorgen hebben geleid. De GI en vader voeren verweer en benadrukken de noodzaak van de uithuisplaatsing vanwege ernstige zorgen over de opvoeding en veiligheid, en het lopende Jeugd-GGZ onderzoek.
Het hof overweegt dat de moeder momenteel niet in staat is een veilig opvoedingsklimaat te bieden en dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de kinderen en het onderzoek. Hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, is het te vroeg om de uithuisplaatsing te beëindigen. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking.
Uitkomst: De beschikking tot uithuisplaatsing van de kinderen bij de vader wordt bekrachtigd tot uiterlijk 30 april 2021.