AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling medeplegen verduistering van onder bewind staande gelden
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van verduistering van geldbedragen die toebehoorden aan twee personen die onder bewind stonden. De verduistering vond plaats tussen juni 2012 en maart 2016, waarbij verdachte en haar partner zonder toestemming grote bedragen overmaakten van de rekeningen van de benadeelden naar hun eigen rekeningen.
De verdediging voerde aan dat sprake was van een geldleningsovereenkomst en ontkende opzet op wederrechtelijke toe-eigening. Het hof verwierp dit verweer op grond van de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen, bankafschriften en de verklaringen van verdachte en medeverdachte zelf.
Het hof oordeelde dat verdachte en haar medeverdachte bewust en in nauwe samenwerking de gelden zonder toestemming hebben overgeboekt en de lening geheim wilden houden. Er was geen formele toestemming van de bewindvoerder of kantonrechter en geen schriftelijke afspraken over terugbetaling.
De strafoplegging bestond uit een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 uren en 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast legde het hof een schadevergoedingsmaatregel op van €12.500 per benadeelde partij, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 5 juni 2012, met toepassing van gijzeling bij niet-betaling.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht op basis van de bewezenverklaring en strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur taakstraf en schadevergoedingsmaatregel van €12.500 per benadeelde partij.
Voetnoten
1.In de hierna te melden bewijsmiddelen wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0100-2016066534, gesloten en getekend op 30 juni 2017 door [verbalisant1] , Brigadier van de politie Eenheid Noord-Nederland.
2.Een proces-verbaal van aangifte, d.d. 7 maart 2016, opgenomen op pagina 8 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van [naam2] .
3.Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van de [bank] van 11 juni 2012, opgenomen op pagina 17 van voornoemd dossier.
4.Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van de [bank] van 22 mei 2015, opgenomen op pagina 19 van voornoemd dossier.
5.Een proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 15 juni 2016, opgenomen op pagina 29-31 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van [naam1] .
6.Een proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 7 april 2016, opgenomen op pagina 32-34 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van [benadeelde partij2] .
7.Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte, d.d. 11 juli 2016, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven de verklaring van verdachte [verdachte] .
8.Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte, d.d. 11 juli 2016, opgenomen op pagina 39-41 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] .
9.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van het hof, d.d. 26 maart 2021.