ECLI:NL:HR:1989:ZC8253
Hoge Raad
- Cassatie
- Jeukens
- Mout
- Neleman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onduidelijke tenlastelegging bij verduistering
In deze strafzaak stond de verduistering van geldbedragen ten laste van verdachte, die als administratief medewerker geld van een stichting via bankoverschrijvingen naar een bankrekening waarop hij mede-tekenbevoegd was, zou hebben toegeëigend.
De rechtbank en het hof verklaarden de dagvaarding nietig omdat volgens hen niet duidelijk was op welke wijze verdachte zich het geld wederrechtelijk had toegeëigend. De Hoge Raad oordeelde echter dat de tenlastelegging wel voldoet aan de vereisten van artikel 261 Sv Pro. en dat de woorden "wederrechtelijk zich heeft toegeëigend" voldoende feitelijke betekenis hebben, namelijk het zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester over andermans goed beschikken.
De Hoge Raad stelde vast dat de tenlastelegging duidelijk beschrijft dat verdachte het geld onder zich kreeg door het te laten overboeken naar een bankrekening waarop hij tekenbevoegd was. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling op basis van de bestaande dagvaarding.
Het arrest werd gewezen door raadsheren Jeukens, Mout en Neleman en uitgesproken op 24 oktober 1989.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.