ECLI:NL:GHARL:2021:3527

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 april 2021
Publicatiedatum
13 april 2021
Zaaknummer
Wahv 200.261.875/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter wegens ontbreken beroepsgronden in hoger beroep bestuursstrafrecht

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter in een bestuursstrafrechtelijke zaak onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Het hoger beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden, wat volgens artikel 6:5 van Pro de Awb verplicht is.

Het hof heeft vastgesteld dat de gemachtigde van de betrokkene geen verzoek heeft gedaan om een termijn voor het indienen van beroepsgronden. Omdat het hof niet voornemens was het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, was het niet verplicht een termijn te geven voor herstel van dit verzuim.

De gemachtigde had ruim de tijd om gronden in te dienen maar heeft dit nagelaten. Daarom bevestigt het hof de beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond verklaarde en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Het arrest is gewezen door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en op een openbare zitting uitgesproken.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep ongegrond wegens ontbreken van beroepsgronden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.261.875/01
CJIB-nummer
: 215417643
Uitspraak d.d.
: 13 april 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 27 mei 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. In het hoger beroepschrift voert de gemachtigde van de betrokkene niet aan waarom hij het niet eens is met de beslissing van de kantonrechter. Het hof stelt vast dat het hoger beroepschrift geen beroepsgronden bevat. Dat een beroepschrift gronden bevat, is op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel verplicht.
2. Indien een beroepschrift - in strijd met artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb - geen gronden bevat, dient de indiener daarvan de gelegenheid te worden geboden om deze op een later moment in te dienen, indien uit het beroepschrift blijkt van de wens daartoe. Deze wens moet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn gedaan (vgl. het arrest van het hof van 22 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10365).
3. De gemachtigde heeft in hoger beroep niet verzocht om een termijn voor het indienen van gronden. Geen rechtsregel schrijft voor dat in dat geval een termijn moet worden geven voor het indienen van gronden. Artikel 6:6 van Pro de Awb verplicht slechts om een termijn te geven voor het herstellen van een verzuim wanneer het hof gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Die situatie doet zich in dit geval niet voor.
4. De gemachtigde heeft ruim de tijd gehad om beroepsgronden in te dienen voorafgaand aan de behandeling van het hoger beroep door het hof. De gemachtigde heeft echter nagelaten om gronden in te dienen. Gelet hierop zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Gegeven deze beslissing is er geen recht op een proceskostenvergoeding. Het hof zal het verzoek om een proceskostenvergoeding derhalve afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.