ECLI:NL:GHARL:2021:4023
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering na vrijspraak van illegale afvaloverbrenging
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Gelderland. De zaak betreft een ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 749.930,-, opgelegd aan betrokkene, een besloten vennootschap gevestigd te een vestigingsplaats.
De ontnemingsvordering was gebaseerd op drie tenlastegelegde feiten die betrekking hadden op de illegale overbrenging van afvalstoffen van Nederland naar Duitsland. Tijdens het hoger beroep is betrokkene vrijgesproken van deze feiten door het hof in een apart arrest van dezelfde datum.
Omdat de strafrechtelijke feiten waarop de ontnemingsvordering steunde niet bewezen zijn verklaard, oordeelt het hof dat de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden afgewezen. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en doet opnieuw recht door de ontnemingsvordering te verwerpen.
De uitspraak is gedaan door de economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 april 2021, waarbij de voorzitter en twee raadsheren het arrest hebben gewezen. Tegen dit arrest staat beroep in cassatie open binnen veertien dagen na de uitspraak.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen omdat betrokkene is vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.