ECLI:NL:GHARL:2021:403

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 januari 2021
Publicatiedatum
18 januari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.247.840/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aansprakelijkheid kentekenhouder bij snelheidsovertreding ondanks overdracht auto aan APK-keurmeester

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 12 km/u op een weg buiten de bebouwde kom op 13 december 2016. Hij voerde in hoger beroep aan dat hij niet aansprakelijk kon worden gehouden omdat hij zijn auto met sleutel aan de APK-keurmeester had gegeven, en dat het gebruik van de auto tegen zijn wil was.

Het hof oordeelde dat de betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk blijft op grond van artikel 5 Wahv Pro, tenzij hij aannemelijk maakt dat het gebruik tegen zijn wil was en hij dit gebruik redelijkerwijs niet kon voorkomen (artikel 8 Wahv Pro). Het enkele feit dat de auto met sleutel was overgedragen aan het garagebedrijf, impliceert toegestaan gebruik door medewerkers van dat bedrijf.

De betrokkene kon niet aantonen dat het gebruik van de auto niet toegestaan was of dat hij het gebruik redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen. Daarom werd de sanctie van €97,- terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen.

Uitkomst: De sanctie voor snelheidsovertreding wordt bevestigd omdat het gebruik van de auto niet tegen de wil van de kentekenhouder was.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.247.840/01
CJIB-nummer
: 203769427
Uitspraak d.d.
: 18 januari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 6 september 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 97,- voor: “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met
12 km/h (verkeersbord A1)”. Niet betwist is dat deze gedraging is verricht op 13 december 2016 om 12:09 uur op de Zuid Willemsvaart in Berlicum met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de betrokkene geen geslaagd beroep kan doen op artikel 8, sub a, van de Wahv nu hij uit vrije wil zijn sleutels aan de autogarage heeft afgegeven. Er is tegen de wil van de betrokkene gebruik gemaakt van zijn voertuig. De enkele omstandigheid dat de betrokkene het voertuig met sleutels aan de APK-keurmeester heeft overgedragen, met slechts het doel toegang te (kunnen) hebben tot het voertuig teneinde het voertuig APK te keuren, maakt niet dat er daarom niet tegen de wil van de betrokkene van het voertuig gebruik kan worden gemaakt. De APK-keurmeester heeft op geen enkele wijze toestemming gekregen om met het voertuig te rijden. Het oordeel van de kantonrechter dat de betrokkene met het overdragen van het voertuig en de sleutels impliciet ermee heeft ingestemd dat met diens voertuig op de openbare weg zou worden gereden, verhoudt zich vanzelfsprekend niet met het strafrecht, aldus de gemachtigde.
3. Artikel 5 van Pro de Wahv bepaalt - voor zover hier van belang – dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken was ingeschreven in het kentekenregister ten tijde van de gedraging.
4. Artikel 8 van Pro de Wahv bevat een drietal uitzonderingen op de uit artikel 5 Wahv Pro voortvloeiende aansprakelijkheid, waaronder voor zover hier van belang de situatie (onder a) waarin degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig gebruik is gemaakt en de betrokkene dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De wetgever heeft bij deze uitzondering met name gedacht aan gevallen van joyriding of diefstal en uitdrukkelijk niet aan gevallen van toegestaan gebruik. In die laatste gevallen zal de ingeschrevene in het kentekenregister volgens de wetgever niet kunnen beweren, dat hij de feitelijke beschikkingsmacht onvrijwillig heeft verloren (Kamerstukken II, 1987-1988, 20329, nr. 3, blz. 44, waar wordt verwezen naar Kamerstukken II 1985-1986, 19405, nr. 3, blz. 10, en 1986-1987, 19405, nr. 6, blz. 20).
5. Uit het voorgaande volgt dat de betrokkene zich als kentekenhouder van het voertuig kan bevrijden van zijn aansprakelijkheid voor gedragingen die met zijn voertuig zijn begaan, door met concrete feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat tegen zijn wil door een ander van zijn voertuig gebruik is gemaakt én dat de betrokkene dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
6. De betrokkene heeft een factuur van 13 december 2016 van het garagebedrijf overgelegd. Gelet op de omstandigheid dat de betrokkene zijn auto met sleutel ter beschikking heeft gesteld van het garagebedrijf, konden medewerkers van dit bedrijf de auto gebruiken en is niet aannemelijk geworden dat de betrokkene het gebruik van zijn auto redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De stelling dat het hier geen toegestaan gebruik betrof omdat de betrokkene geen uitdrukkelijke toestemming had verleend voor dit gebruik, is onvoldoende om hierover anders te oordelen. De betrokkene komt dan ook geen beroep toe op de uitzondering van artikel 8, onder a, van de Wahv.
7. Gelet op het voorgaande is de sanctie terecht aan de betrokkene, als kentekenhouder, opgelegd. Het staat de betrokkene vrij om desgewenst te proberen het bedrag van de sanctie te verhalen op het garagebedrijf. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de bestreden beslissing daarom bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.