AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot ontslag bewindvoerder wegens persoonlijke problemen
In deze zaak verzocht de onder bewind gestelde partij, hierna verzoeker genoemd, het gerechtshof om de huidige bewindvoerder te ontslaan en een opvolgend bewindvoerder te benoemen. De kantonrechter had dit verzoek reeds afgewezen.
Het geschil betreft de communicatieproblemen die verzoeker ervaart door wisselingen van bewindvoerders binnen hetzelfde kantoor. Sinds 1 maart 2020 is er een vaste bewindvoerder, met wie de contacten goed verlopen. Verzoeker ervaart echter stress en angst bij contact met andere medewerkers van het kantoor, vooral bij afwezigheid van de vaste bewindvoerder.
Het hof oordeelt dat deze persoonlijke problemen en de beperkte communicatieproblemen niet voldoen aan het vereiste van gewichtige redenen voor ontslag van de bewindvoerder zoals bedoeld in artikel 1:448 lid 2 BWPro. Er is voldoende vertrouwen en een goede uitvoering van het bewind mogelijk. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder wordt afgewezen en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.284.047
(zaaknummer rechtbank Overijssel 8382429)
beschikking van 29 april 2021
inzake
[verzoeker] ,
wonende te [A] , verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. H.J.M. van Denderen te Hengelo (Overijssel),
en [de bewindvoerder] B.V.,
gevestigd te [B] ,
verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de bewindvoerder,
advocaat: mr. W.B. Brusse te Almelo.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[de vader van rechthebbende](de vader van de rechthebbende),
wonende te [B] ,
[de moeder van rechthebbende](de moeder van de rechthebbende),
wonende te [C] ,
[de halfbroer van rechthebbende](de halfbroer van de rechthebbende),
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, Team Toezicht - Bewindsbureau, Zittingsplaats Enschede) van 25 juni 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna te noemen: de bestreden beschikking.
2.Het geding in hoger beroep
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 23 september 2020;
- het verweerschrift met producties.
2.2.
De mondelinge behandeling heeft op 30 maart 2021 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
mr. Van Denderen namens [verzoeker] ;
[D] namens de bewindvoerder, bijgestaan door mr. Brusse.
[verzoeker] was via een Skype verbinding bij de mondelinge behandeling aanwezig.
3.De feiten
3.1.
De kantonrechter heeft in de beschikking van 26 mei 2014 over alle tegenwoordige en toekomstige goederen die toebehoren aan [verzoeker] een bewind in de zin van artikel 1:431 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) ingesteld. [de bewindvoerder] B.V. is op dit moment de bewindvoerder van [verzoeker] .
3.2.
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 12 maart 2020, heeft [verzoeker] ontslag van de huidige bewindvoerder verzocht.
4.De omvang van het geschil
4.1.
In de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van [verzoeker] afgewezen.
4.2.
[verzoeker] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en verzoekt het hof alsnog de huidige bewindvoerder te ontslaan en de [opvolgend bewindvoerder] tot bewindvoerder te benoemen.
4.3.
De bewindvoerder is het niet eens met dit verzoek. Hij vraagt het hof dit verzoek af te wijzen.
5.De motivering van de beslissing
Wat er in de wet staat
5.1.
De rechter kan een bewindvoerder ontslaan als daarvoor gewichtige redenen zijn (artikel 1:448 lid 2 BWPro).
De beslissing van het hof
5.2.
Het hof is het met de kantonrechter eens dat er geen gewichtige redenen voor ontslag van de bewindvoerder zijn. Het hof zal dat hierna toelichten.
5.3.
[verzoeker] heeft in korte tijd vier verschillende bewindvoerders van het bewindvoerderskantoor gehad. Deze wisselingen hebben tot problemen in de communicatie met [verzoeker] geleid. Hij heeft hier nog steeds veel last van. Sinds 1 maart 2020 is [D] de nieuwe vaste bewindvoerder. De contacten met [D] lopen goed, maar [verzoeker] heeft steeds de angst dat hij weer te maken krijgt met één van de personen met wie hij in het verleden problemen heeft gehad. Zo zal [verzoeker] bij vakanties of ziekte van [D] , of bij een klacht over [D] , contact moeten hebben met andere personen binnen het bewindvoerderskantoor. Door zijn psychische gesteldheid lukt het [verzoeker] niet om zijn frustratie en zorgen hierover naast zich neer te leggen.
5.4.
Sinds [D] de bewindvoerder is, heeft [verzoeker] één keer contact met iemand anders van het bewindvoerderskantoor gehad. Dat geeft hem op zo’n moment veel stress, waardoor hij een rotdag heeft en nergens toe komt. Het hof vindt dit heel vervelend voor [verzoeker] , maar om een bewindvoerder te kunnen ontslaan moet sprake zijn van ‘gewichtige redenen’. Dit betekent dat het contact met de bewindvoerder zo verstoord moet zijn en dat er geen enkel vertrouwen meer is en een goede uitvoering van het bewind niet meer mogelijk is. Hiervan is geen sprake. [verzoeker] en [D] kunnen namelijk goed met elkaar overleggen en op een goede manier uitvoering geven aan het bewind.
Ook de persoonlijke situatie van [verzoeker] kan aanleiding geven om de bewindvoerder te ontslaan. In dit geval ziet het hof in de persoonlijke problemen van [verzoeker] echter geen redenen voor ontslag. Het is namelijk niet gebleken dat [verzoeker] zo veel last heeft van zijn angsten en frustraties over deze zaak dat hij daardoor niet normaal kan functioneren. [verzoeker] heeft gezegd dat hij last kan hebben van een rotdag. Dat hij niet normaal kan functioneren blijkt nergens uit. Door [verzoeker] is geen informatie van zijn hulpverleners naar het hof opgestuurd waaruit dit blijkt.
5.5.
Kortom, het hof vindt dat de beslissing van de kantonrechter moet blijven gelden. Het hof zal die beslissing daarom in stand laten (bekrachtigen).
5.6.
Het hof zal de kosten van het hoger beroep compenseren zoals hierna vermeld.
6.De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, Team Toezicht - Bewindsbureau, Zittingsplaats Enschede) van 25 juni 2020;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, J.H. Lieber en H. Phaff, bijgestaan door mr. M. Knipping-Verbeek als griffier, en is op 29 april 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.