Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
4.Het oordeel van het hof
5.De beslissing
18 mei 2021voor het opgeven van verhinderdagen door beide partijen in de maanden juni tot en met oktober 2021;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen een schipper en zijn voormalige werkgever Fositrans over de betaling van overwerk. De werknemer vorderde betaling van overuren gemaakt tussen april en juli 2018, welke de kantonrechter had afgewezen. In hoger beroep werd de vordering verminderd tot een bedrag voor 242 overuren inclusief wettelijke verhoging.
Fositrans betwistte dat zij overwerk had opgedragen of ermee had ingestemd en stelde dat het overeengekomen all-in loon ook overuren dekt. Partijen verschillen van mening over de omvang van de gewerkte uren en de uitleg van het arbeidscontract, waarbij ook het gebruik in de binnenvaart en het scheepslogboek een rol spelen.
Het hof stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Het hof constateerde dat onvoldoende informatie beschikbaar was om te oordelen en gelastte een inlichtingencomparitie om nadere toelichting te verkrijgen, waarbij ook de mogelijkheid tot minnelijke regeling werd genoemd.
De zaak is aangehouden tot na deze comparitie, waarbij partijen zich moeten verantwoorden over de aard van de overuren, de afspraken over weekend- en feestdagenwerk, en de hoogte van het loon. Het hof benadrukte dat het loon inclusief toeslagen is, maar dat onduidelijkheid blijft over de vergoeding van overwerk.
Uitkomst: Het hof gelast een inlichtingencomparitie en houdt de zaak aan voor nadere toelichting en mogelijke minnelijke regeling.