Partijen zijn in 2017 gehuwd en in 2020 gescheiden. Zij hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind, dat bij de moeder woont. De rechtbank stelde in mei 2020 een zorgregeling vast waarbij het kind om de veertien dagen een weekend bij de vader verbleef.
De moeder, die lijdt aan sikkelcelziekte, een erfelijke aandoening die haar kwetsbaar maakt voor een levensbedreigende besmetting met het coronavirus, kon de zorgregeling niet nakomen. De vader vorderde nakoming en dwangsommen bij niet-nakoming. De moeder stelde in hoger beroep dat de zorgregeling niet uitvoerbaar was vanwege haar gezondheid en de coronapandemie.
Het hof oordeelt dat de moeder ontvankelijk is in haar beroep en erkent het ernstige gezondheidsrisico. Daarom vernietigt het hof de eerdere zorgregeling en stelt het een tijdelijke regeling vast waarbij de vader wekelijks via beeldbellen contact heeft en eenmaal per week in de tuin van de moeder op afstand contact kan hebben met het kind.
De beslissing met betrekking tot kinderalimentatie wordt aangehouden. De tijdelijke regeling geldt totdat de rechtbank anders beslist, partijen overeenkomen of de moeder gevaccineerd is volgens de medische standaard.