Uitspraak
[verzoeker],
ESD,
1.De procedure bij de kantonrechter
2.De procedure in hoger beroep
Waar het in deze zaak om gaat
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen [verzoeker] en zijn werkgever ESD over de beëindiging van een slapend dienstverband en de toekenning van een transitievergoeding. [Verzoeker] was sinds 1985 in dienst en raakte in 2014 volledig arbeidsongeschikt. Na afloop van de loondoorbetalingsverplichting in juni 2016 bleef het dienstverband slapend voortbestaan. [Verzoeker] verzocht in februari 2017 om beëindiging van het dienstverband met toekenning van een transitievergoeding, maar ESD weigerde dit.
Het hof stelt vast dat op dat moment de compensatieregeling voor transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid, die werkgevers gedeeltelijk compenseert, nog niet was ingevoerd. De compensatieregeling werd pas op 20 juli 2018 gepubliceerd. Volgens het hof was ESD daarom niet verplicht om in te stemmen met het verzoek van [verzoeker] en het risico van een niet-gecompenseerde transitievergoeding te dragen.
Het hof verwijst naar de Xella-uitspraak van de Hoge Raad, waarin werd bepaald dat een werkgever na invoering van de compensatieregeling zonder redelijk belang niet mag weigeren een slapend dienstverband te beëindigen onder betaling van een transitievergoeding. Dit gold echter niet voor de situatie vóór de compensatieregeling. Het hoger beroep van [verzoeker] wordt dan ook afgewezen en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
De kosten van het hoger beroep worden aan [verzoeker] opgelegd. Hiermee bevestigt het hof dat de norm van goed werkgeverschap niet zo ver reikt dat een werkgever vóór de compensatieregeling gehouden was een slapend dienstverband te beëindigen met transitievergoeding.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van [verzoeker] af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter, waardoor ESD niet verplicht is tot betaling van een transitievergoeding.