Naar aanleiding van het opsporingsonderzoek Laax zijn meerdere stichtingen en natuurlijke personen vervolgd wegens vermeende PGB-fraude. De rechtbank sprak de verdachten integraal vrij. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in, maar trok dit in drie zaken later in. Het hof oordeelt dat het openbaar ministerie het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden door in gelijke gevallen ongelijk te handelen.
Het hof constateert dat het opsporingsonderzoek eenzijdig en onvolledig was, waarbij de door de zorgkantoren geaccepteerde uitvoeringspraktijk pas door de verdediging aan het licht werd gebracht. De Inspectie SZW en het OM hebben onvoldoende onderzoek gedaan naar de praktische toepassing van regelgeving omtrent AWBZ-zorg en PGB.
Het hof stelt dat het voortzetten van het hoger beroep tegen sommige verdachten, terwijl het in andere vergelijkbare zaken is ingetrokken, onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde. Het openbaar ministerie wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.