Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft de verlenging van de uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2016, die sinds 2017 onder toezicht staat en sinds 2019 in een pleeggezin woont. De moeder is het niet eens met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing door de kinderrechter en gaat in hoger beroep.
Het hof heeft de eerdere beslissing van de kinderrechter bevestigd. Het oordeelt dat het belang van de minderjarige bij stabiliteit en continuïteit in zijn opvoeding zwaarder weegt dan het verzoek van de moeder tot terugplaatsing. De moeder heeft weliswaar positieve ontwikkelingen doorgemaakt, maar heeft dit niet voldoende onderbouwd met stukken die aantonen dat zij nu in staat is om de minderjarige zelf op te voeden.
De minderjarige heeft traumatische ervaringen en volgt EMDR-therapie die alleen succesvol kan zijn bij rust en stabiliteit, wat door een terugplaatsing in gevaar zou komen. De William Schrikker Stichting ondersteunt de verlenging en heeft een verzoek tot beëindiging van het gezag ingediend. Het hof acht het van belang dat de minderjarige zich verder kan hechten aan de pleegouders en dat de moeder een rol behoudt in zijn leven.
Daarom wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot uiterlijk 27 maart 2021, conform de wettelijke bepalingen in artikel 1:265b en 1:265c BW. De beschikking van de kinderrechter wordt door het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarige in het pleeggezin tot uiterlijk 27 maart 2021.