Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter die de uithuisplaatsing van een minderjarige in een crisispleeggezin verlengde tot het einde van de ondertoezichtstelling.
De moeder betwist de uithuisplaatsing en stelt dat zij openstaat voor begeleiding, geen middelengebruik meer heeft en heeft meegewerkt aan onderzoeken. Het hof constateert echter dat de moeder onvoldoende heeft geprofiteerd van de hulpverlening, onvoldoende samenwerkte en dat de situatie niet gestabiliseerd is.
De minderjarige is sinds september 2020 uit huis geplaatst vanwege zorgen over zijn ontwikkeling en het opvoedingsklimaat. De moeder vertoonde gedrag dat de behandeling belemmerde, waaronder het negeren van aanwijzingen en het weglopen met de minderjarige.
Het hof benadrukt het belang van een stabiele omgeving voor de minderjarige en het noodzakelijk onderzoek naar zijn ontwikkelingsachterstand en de psychische gesteldheid van de moeder. De uithuisplaatsing blijft daarom noodzakelijk en de beschikking wordt bekrachtigd.
Het hof wijst ook op het belang van optimale benutting van de omgangsregeling en betere samenwerking van de moeder met hulpverleners om zicht te houden op een mogelijke terugplaatsing.
Uitkomst: De beschikking tot verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd.