Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant] ,
[appellante],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert huurder een verhuiskostenvergoeding en andere schadevergoedingen vanwege ingrijpende renovatiewerkzaamheden aan zijn flatwoning. Het hof stelt vast dat huurder niet is verhuisd, een vereiste voor toekenning van een verhuiskostenvergoeding volgens artikel 7:220 lid 5 BW Pro. Daarnaast is het renovatievoorstel juridisch gezien redelijk, aangezien 70% van de huurders instemde en huurder geen rechterlijke toetsing vroeg.
Huurder betoogt dat de werkzaamheden traumatisch waren en dat de vergoeding van €400 onvoldoende is. Het hof erkent de overlast, maar wijst de vorderingen af omdat huurder te laat was met huurprijsvermindering en onvoldoende bewijs leverde voor schadevergoeding. Ook het verzoek om een nieuwe keuken valt buiten de vorderingen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter dat alle vorderingen afwijst.
De uitspraak benadrukt het belang van verhuizing als voorwaarde voor verhuiskostenvergoeding en de strikte toepassing van wettelijke termijnen voor huurprijsvermindering. Het oordeel biedt duidelijkheid over rechten van huurders bij renovaties zonder verhuizing.
Uitkomst: Huurder krijgt geen verhuiskostenvergoeding of schadevergoeding omdat hij niet is verhuisd en onvoldoende bewijs leverde.