Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter stelde bij beschikking van 20 februari 2019 een bewind en mentorschap in voor de rechthebbende en benoemde [belanghebbende1] als bewindvoerder en mentor. De jongste zoon verzocht op 20 augustus 2020 het bewind en mentorschap op te heffen, maar dit verzoek werd op 1 maart 2021 afgewezen. Tegelijkertijd werd [belanghebbende1] ontslagen als bewindvoerder en mentor en werd De Regt Bewind B.V. als opvolger benoemd.
De rechthebbende stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking, zodat [belanghebbende1] haar taken kon blijven uitvoeren gedurende de procedure. Het hof oordeelde dat op grond van de relevante wetsartikelen het ontslag als bewindvoerder en mentor onmiddellijk werking heeft en uitvoerbaar bij voorraad is, ook zonder dat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid werd daarom afgewezen. Het hof constateerde dat De Regt Bewind als nieuwe bewindvoerder en mentor in goed overleg met de voormalige bewindvoerder en de rechthebbende uitvoering geeft aan haar taken. De beschikking werd op 24 juni 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking tot ontslag van de bewindvoerder en mentor wordt afgewezen.