Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure stond centraal of tussen partijen een overeenkomst van opdracht was gesloten voor het ontwikkelen van een online communicatie- en marketingplan en of daarvoor betaling verschuldigd was.
Het hof stelde vast dat ondanks contact en besprekingen over werkzaamheden, niet was komen vast te staan dat de geïntimeerde aan de appellant de opdracht had gegeven voor het marketingplan. De appellant kon onvoldoende feiten en omstandigheden aanvoeren die wezen op het bestaan van een overeenkomst of gerechtvaardigd vertrouwen daarop. De enkele positieve e-mail en brainstormsessie boden daarvoor onvoldoende aanknopingspunten.
Ook de vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking werd afgewezen. Hoewel appellant stelde dat geïntimeerde was verrijkt en hij was verarmd, had hij niet aannemelijk gemaakt dat het redelijk was dat geïntimeerde hem daarvoor moest compenseren. Het hof wees erop dat een vergoeding zonder opdracht of gerechtvaardigd vertrouwen ongewenste maatschappelijke gevolgen zou hebben.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot betaling en schadevergoeding af wegens ontbreken van een opdracht en onvoldoende bewijs.