Uitspraak
ISD P21/0127
Beslissing d.d. 17 juni 2021
[naam veroordeelde] ,
Beslissing
[naam veroordeelde].
[naam veroordeelde], niet-ontvankelijk in zijn verzoek van 29 oktober 2020 om een tussentijdse beoordeling van de maatregel.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel die de voortzetting van een ISD-maatregel bevestigde. De veroordeelde had een verzoek ingediend om een tussentijdse beoordeling van de maatregel, maar het hof oordeelt dat dit verzoek te vroeg is ingediend, namelijk binnen zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
De raadsman van de veroordeelde voerde aan dat de wettelijke bepaling niet letterlijk inhoudt dat een verzoek binnen zes maanden per definitie niet-ontvankelijk is en dat het maatschappelijke belang bij behandeling in beroep meegewogen moet worden. Het openbaar ministerie stelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het binnen de termijn is ingediend.
Het hof volgt het standpunt van het openbaar ministerie en stelt dat de wettelijke regeling helder is en dat het verzoek om tussentijdse beoordeling volgens artikel 6:6:14 Sv Pro pas na zes maanden kan worden ingediend. De rechtbank had het verzoek ten onrechte inhoudelijk behandeld. Het hof vernietigt daarom de beslissing van de rechtbank en verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn verzoek om tussentijdse beoordeling.
Uitkomst: Het hof verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn verzoek om tussentijdse beoordeling omdat het verzoek te vroeg is ingediend.