Uitspraak
2.2. De procedure tot herroeping
3.Het verzoek tot herroeping
4.De motivering van de beslissing
i) omdat de man een vervalste schuldbekentenis van de heer [B] (hierna: [B] ) in het geding heeft gebracht, en
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vrouw verzocht het hof om de beschikking van 29 maart 2019, waarin de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen haar en de man was vastgesteld, te herroepen op grond van vermeend bedrog door de man. Zij stelde dat de man vervalste documenten, waaronder een schuldbekentenis en stukken over twee woningen in China, had ingebracht.
Het hof oordeelde dat de vrouw deze stellingen ook in de eerdere procedure had ingebracht en dat het bedrog niet pas na de uitspraak was ontdekt, wat een vereiste is voor herroeping. Daarnaast had de vrouw tijdens de eerdere procedure voldoende gelegenheid gehad om haar stellingen te onderbouwen, ook omdat zij in die periode in China was geweest.
Wat betreft de twee woningen in China concludeerde het hof dat de man voldoende had aangetoond dat de vrouw eigenaar was op de peildatum en dat de vrouw onvoldoende had gemotiveerd waarom de stukken vervalst zouden zijn. Het verzoek tot herroeping werd daarom afgewezen en de vrouw werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herroeping van de beschikking van 29 maart 2019 wordt afgewezen.