Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
de raad voor de kinderbescherming,
[de vader] (de vader)
de pleegouders.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland om het gezag van de ouders over hun minderjarige kind te beëindigen en de voogdij toe te wijzen aan de William Schrikker Stichting. Het kind woont sinds 2019 in een perspectiefbiedend pleeggezin en staat onder toezicht van de gecertificeerde instelling.
De moeder betwistte de beëindiging van het gezag en vorderde terugkeer van het gezag en vergoeding van de proceskosten. Het hof heeft de zaak behandeld op basis van het beroepschrift, verweerschrift en mondelinge behandeling.
Het hof oordeelt dat het gezag van de moeder terecht is beëindigd omdat het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd indien het niet in een stabiele omgeving kan opgroeien. De voortdurende verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing brengt te veel onzekerheid voor het kind. De moeder heeft zelf erkend dat terugkeer niet meer mogelijk is en dat het belang van het kind voorop staat.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat moeder en raad voor de kinderbescherming ieder hun eigen proceskosten dragen. De beslissing is op 27 juli 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en bepaalt dat beide partijen hun eigen proceskosten dragen.