ECLI:NL:GHARL:2021:7240

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 juli 2021
Publicatiedatum
27 juli 2021
Zaaknummer
Wahv 200.287.253/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor door rood rijden op basis van reflectie verkeerslicht

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het negeren van een rood verkeerslicht op 7 oktober 2018 te Almelo. De betrokkene betwistte de gedraging en voerde aan dat de ambtenaar geen direct zicht had op het verkeerslicht, maar slechts afleidde dat het licht rood was vanwege het groene licht voor een conflicterende rijrichting. De ambtenaar verklaarde dat hij het rode licht had waargenomen via de reflectie op een nabij staande lantaarnpaal.

De kantonrechter stelde vast dat de ambtenaar de reflectie had waargenomen en dat de afstand tussen het verkeerslicht en de lantaarnpaal dit mogelijk maakte. Het hof overwoog dat in situaties waarin de ambtenaar zicht heeft op het voor de betrokkene geldende licht, ook via reflectie, dit voldoende is om een roodlichtgedraging vast te stellen zonder nader onderzoek naar het conflicterende licht.

Het hof verwierp het verweer van de betrokkene en bevestigde de beslissing van de kantonrechter, waarbij het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De sanctie van €230,- blijft van kracht.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie voor door rood rijden en wijst het beroep van de betrokkene af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.287.253/01
CJIB-nummer
: 220459128
Uitspraak d.d.
: 27 juli 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 8 oktober 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie, voor zover in hoger beroep van belang, gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, waarbij is gevraagd om een proceskostenvergoeding en om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 juli 2021. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 oktober 2018 om 21.43 uur op de Jollesweg in Almelo met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging betwist en dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Hij voert hiertoe aan dat de ambtenaar in de onderhavige situatie geen rechtstreeks zicht had op het verkeerslicht en de ambtenaar uit het feit dat het verkeerslicht voor hem op groen stond heeft afgeleid dat het verkeerslicht voor het voertuig dat uit een voor hem conflicterende rijrichting kwam gereden, op rood heeft gestaan. De gemachtigde stelt dat de ambtenaar in een dergelijk geval, in lijn met de jurisprudentie van het hof, moet vaststellen dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest, voordat een sanctie voor een roodlichtgedraging kan worden opgelegd. Daarbij moet de ambtenaar ook vermelden hoe hij dat heeft vastgesteld. In het onderhavige geval heeft de ambtenaar verklaard dat hij de kleur van het verkeerslicht dat voor de betrokkene zou hebben gegolden, heeft afgeleid uit een reflectie in een lantaarnpaal. De kantonrechter heeft overwogen dat voldoende vast is komen te staan dat de ambtenaar een weerspiegeling van het verkeerslicht heeft waargenomen en dat de betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de afstand tussen het verkeerslicht en lantaarnpaal te groot was om dit waar te nemen, en evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat het mogelijk waargenomen rode licht ook een andere oorzaak kan hebben. De betrokkene kan zich niet verenigen met dit oordeel van de kantonrechter. De ambtenaar dient gegevens te presenteren op basis waarvan de gedraging kan worden vastgesteld. De enkele verklaring dat de ambtenaar een reflectie van rood licht heeft gezien in een lantaarnpaal, kan de conclusie dat het verkeerslicht voor de betrokkene op rood stond volgens de gemachtigde niet dragen.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Reden wij over de Schuilenburgsingel in de richting met de Jollesweg. De genoemde kruising wordt geregeld met behulp van verkeerslichten. Wij hadden groen licht en zagen vanaf de Jollesweg een tweetal personenauto’s door roodlicht rijden. Deze waren al minimaal 8 seconden rood. Wij moesten uitwijken en remmen om een aanrijding te voorkomen. (…)
Rijrichting van: Industrieterrein
Rijrichting naar: Schuilenburgsingel (…)
Reden geen staandehouding: geen mogelijkheid. ”
5. Het dossier bevat voorts een aanvullend proces-verbaal van 2 januari 2019, waarin de ambtenaar - voor zover relevant - nog het volgende verklaart:
“Op genoemde dag, datum en tijdstip vermeld op de beschikking reden wij over de Schuilenburgsingel in Almelo. Wij kwamen uit de richting van het kanaal en reden. Wij zagen, voor ons gezien, van rechts een tweetal personenauto’s met hoge (het hof begrijpt: snelheid) over de Jollesweg rijden. Wij zagen dat wij groen licht hadden en het kruisingsvlak al waren opgereden. Wij zagen dat beide voertuigen doorreden en daarbij het roodlicht uitstralende verkeerslicht op de Jollesweg negeerden. Wij zagen reflectie van het rode licht op een nabij staande lantaarnpaal weerspiegelen. Wij moesten uitwijken om een aanrijding met beiden te voorkomen. De kentekens zijn door mij, [naam2] , meteen genoteerd in mijn privétoestel. Bij (het hof leest: Beide) voertuigen vervolgden hun weg met zeer hoge snelheid.”
6. Verder bevinden zich in het dossier afbeeldingen van Google Maps van de situatie ter plaatse. Te zien is dat de lantaarnpaal zich enkele meters van het betreffende verkeerslicht bevindt.
7. Het hof heeft in zijn arrest van 13 juni 2016, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2016:4941, geoordeeld dat in een situatie waarin een ambtenaar groen licht waarneemt op het moment dat hij uit een conflicterende rijrichting een voertuig de kruising op ziet rijden, terwijl hij geen zicht heeft op het voor die bestuurder geldende licht, door de ambtenaar zal moeten worden vastgesteld dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest alvorens een sanctie voor een roodlichtgedraging kan worden opgelegd.
8. Anders dan in de hiervoor aangehaalde jurisprudentie, verklaren de ambtenaren in de onderhavige zaak dat zij hebben gezien dat het voor de betrokkene geldende licht rood uitstraalde. In hun verklaring vermelden de ambtenaren dat zij de reflectie van het rode licht op een nabij staande lantaarnpaal zagen weerspiegelen. In deze situatie, waarbij de ambtenaren verklaren dat zij zicht hadden op het voor de betrokkene geldende licht, kan de waarneming van de ambtenaren voldoende grondslag zijn voor de vaststelling dat een roodlichtgedraging is verricht. Nader onderzoek naar (de werking van) het conflicterende licht, is hiervoor dan ook niet vereist. Dat het rode licht is waargenomen via reflectie en niet rechtstreeks van het verkeerslicht, doet hier niet aan af. Hierbij merkt het hof op dat in zaken als onderhavige niet is voorgeschreven welke bewijsmiddelen op welke wijze moeten worden aangedragen.
9. Het hof ziet in hetgeen namens de gemachtigde is aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaren dat zij de reflectie van het voor de betrokkene bestemde rode verkeerslicht hebben waargenomen in de nabij staande lantaarnpaal. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat het op het moment van de gedraging reeds donker was en dat de afstand tussen het verkeerslicht en de lantaarnpaal niet dusdanig groot was, dat zij de weerspiegeling van het rode licht niet hebben kunnen waarnemen. Het hof is van oordeel dat aan de hand van de verklaringen van de ambtenaren, ondersteund door de bijgevoegde afbeeldingen, kan worden vastgesteld dat toen de ambtenaren groen licht hadden, het verkeerslicht voor de betrokkene rood licht uitstraalde en dat hij, door op dat moment door te rijden, een rood verkeerslicht heeft genegeerd.
10. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.
11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.