ECLI:NL:GHARL:2021:7296

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 juli 2021
Publicatiedatum
29 juli 2021
Zaaknummer
200.292.234/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 358 lid 2 RvAlgemene termijnenwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding in arbeidsgeschil

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst door de kantonrechter, waarbij hij verzocht de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht te herstellen en proceskostenvergoeding te verkrijgen.

Het hoger beroepschrift is echter na het verstrijken van de wettelijke termijn van drie maanden ontvangen bij de griffie, namelijk op 24 maart 2021, terwijl de termijn eindigde op 23 maart 2021. Appellant voerde een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding vanwege vertraging in de postbezorging, maar het hof verwierp dit beroep omdat vertragingen in de postbezorging in beginsel voor risico van de afzender komen.

Het hof benadrukte dat termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen strikt moeten worden nageleefd en dat appellant het risico had kunnen vermijden door het beroepschrift eerder of per fax te verzenden. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.292.234/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 8827618)
beschikking van 29 juli 2021
in de zaak van:
[appellant],
die woont in [woonplaats1] ,
hierna:
[appellant],
appellant,
in eerste aanleg: verweerder,
advocaat: mr. M.M. Pasman, die kantoor houdt in Haren,
tegen
Asito Transport Stationsreiniging B.V.,
die is gevestigd in Almelo,
hierna:
Asito,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: verzoekster,
advocaat: mr. L.S.F. ten Feld, die kantoor houdt in Almelo.

1.De procedure bij de rechtbank

1.1
Hoe de procedure bij de rechtbank is verlopen, blijkt uit de beschikking van 23 december 2020 van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere (hierna: de kantonrechter).
1.2
In deze beschikking heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden, waarbij het einde van de arbeidsovereenkomst is bepaald op 1 februari 2021. De kantonrechter heeft bepaald dat aan [appellant] de transitievergoeding toekomt. De proceskosten zijn gecompenseerd, in die zin dat partijen hun eigen kosten dragen.

2.De procedure bij het hof

2.1
Bij beroepschrift (met producties), binnengekomen ter griffie op 24 maart 2021, heeft [appellant] hoger beroep ingesteld van de onder 1.1 genoemde beschikking. Het beroepschrift strekt ertoe dat het hof met terugwerkende kracht de arbeidsovereenkomst tussen partijen herstelt met ingang van 1 februari 2021 en dat Asito wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten in beide instanties, met bijkomende vorderingen.
2.2
Het hof heeft de advocaat van [appellant] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Hierop heeft mr. Pasman gereageerd met een faxbericht van 8 april 2021 met als bijlage een verzendbewijs.
2.3
Namens Asito heeft mr. Ten Feld per faxbericht van 15 april 2021 een schriftelijke uiteenzetting gegeven over de vraag of het hoger beroepschrift door [appellant] tijdig is ingediend.
2.4
Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling. Uitspraak over de ontvankelijkheid van het hoger beroep is bepaald op heden.

3.De vaststaande feiten

3.1
Het hoger beroepschrift is op vrijdag 19 maart 2021 om 12:53 uur bij PostNL aangeboden voor aangetekende postbezorging.
3.2
Het hoger beroepschrift is binnengekomen ter griffie op woensdag 24 maart 2021.

4.De beoordeling in hoger beroep

4.1
De termijn voor het instellen van hoger beroep is drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak (art. 358 lid 2 Rv Pro). De dag van de uitspraak is niet in die termijn begrepen, zodat de laatste dag van de hoger beroepstermijn 23 maart 2021 was. Het staat vast dat het hoger beroepschrift na het verstrijken van die termijn is ontvangen ter griffie, namelijk op 24 maart 2021. Verlenging van de hoger beroepstermijn met toepassing van de Algemene termijnenwet is in dit geval niet aan de orde.
4.2
[appellant] heeft een beroep gedaan op verschoonbare termijnoverschrijding. Van een aangetekend stuk mag worden verwacht dat dit binnen één of maximaal twee dagen wordt bezorgd. De opgetreden vertraging in de bezorging is in dit geval zodanig dat dit tot een verschoonbare overschrijding van de termijn moet leiden, aldus [appellant] , die verwijst naar een arrest van het hof van 16 december 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:10639).
4.3
Termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel zijn van openbare orde. Aan dergelijke termijnen moet volgens de Hoge Raad strikt de hand worden gehouden. Slechts onder bijzondere omstandigheden is plaats voor een uitzondering. In de rechtspraak is een dergelijke uitzondering aanvaard voor de situatie dat degene die beroep instelt, door een fout of verzuim van het gerecht niet wist of redelijkerwijs kon weten dat de rechter uitspraak had gedaan, dan wel dat de uitspraak hem als gevolg van een hem niet toe te rekenen fout of verzuim pas na afloop van de termijn voor het instellen van hoger beroep is toegezonden of verstrekt. Gesteld noch gebleken is dat dergelijke omstandigheden in deze zaak een rol spelen.
4.4
Vertraging in de postbezorging komt in beginsel voor rekening en risico van de afzender, in dit geval [appellant] . De in deze zaak opgetreden vertraging in de bezorging is, net zoals in de zaak waarnaar [appellant] zelf verwijst, ook niet zodanig dat dit tot een verschoonbare overschrijding van de termijn kan leiden. Daarbij wordt opgemerkt dat bij een verzending op vrijdag 19 maart 2021, de bezorging normaal gesproken (de griffie is in het weekend gesloten en op maandag wordt geen post bezorgd) pas op dinsdag 23 maart 2021 zou hebben plaatsgevonden, derhalve op de laatste dag van de beroepstermijn. Door het poststuk pas op 19 maart 2021 ter bezorging aan te bieden, heeft [appellant] het risico genomen dat een kleine vertraging in de bezorging meteen fataal zou zijn. Dat risico had [appellant] eenvoudig kunnen vermijden door het hoger beroepschrift per faxbericht vooruit te zenden, danwel door op 23 maart 2021 te verifiëren of de bezorging had plaatsgevonden en in het geval dat niet zo was, het beroepschrift alsnog per fax toe te zenden. Het hof ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. [appellant] zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.
4.5
[appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van Asito (salaris advocaat: ½ punt in tarief II).
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van Asito tot aan dit arrest vast op € 772,- aan verschotten en op € 557,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat, en verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.W. Zandbergen, O.E. Mulder en W.P.M. ter Berg, en is in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op donderdag 29 juli 2021.