Uitspraak
[appellant],
Univé,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Op 17 mei 2012 raakte appellant betrokken bij een ernstig verkeersongeval tijdens een racefietstocht, waarbij zij moest uitwijken voor een tegemoetkomende tractorcombinatie. Zij kwam ten val en werd overreden, wat resulteerde in een hoge dwarslaesie en diverse ernstige breuken. Hierdoor is appellant rolstoelafhankelijk en hulpbehoevend geworden, met invaliderende complicaties.
Univé, als WAM-verzekeraar van de bestuurder van de tractorcombinatie, erkende aansprakelijkheid. Appellant vorderde aanvankelijk €200.000 aan smartengeld, maar de rechtbank wees dit af en stelde het bedrag vast op €150.000, wat zij passend achtte.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met vergelijkbare strafrechtelijke zaken en buitenlandse smartengeldbedragen. Het hof oordeelde dat de aard van aansprakelijkheid en verwijtbaarheid in deze verkeerszaak niet vergelijkbaar is met strafzaken en dat de buitenlandse ontwikkelingen niet doorslaggevend zijn.
Het hof benadrukte dat de maatstaf voor smartengeld rekening houdt met alle omstandigheden, waaronder ernst van het letsel, verwijtbaarheid en maatschappelijke opvattingen. Het hof concludeerde dat het reeds toegekende bedrag van €150.000 billijk en passend is en wees het hoger beroep af.
Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, waarbij een teveel betaald griffierecht aan Univé werd gerestitueerd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het toegekende smartengeld van €150.000.